Dat er geen bord is, is eigenlijk een voordeel: het houdt de doos voldoende klein om zowat overal naartoe te nemen en de vechtmechaniek zit eigenlijk behoorlijk ingenieus in elkaar. Wie toch graag een mooie ondergrond heeft, kan Turning Tides ook op een ‘playmat’ die de oceaan voorstelt spelen.
De platte kartonnen speelstukken die beide schepen voorstellen, golven aan de zijkanten, waardoor je ze perfect naast elkaar kunt plaatsen en verschuiven. Dat is belangrijk, want elk schip is onderverdeeld in een aantal stroken of ‘zones’. Iedere beurt schuif je de schepen een zone verder tot je ze om de eigen as moet draaien en er een nieuwe ronde begint.
Op het dek wordt een mast geplaatst, maar daarnaast mag je ook een kapitein, twee zeilmannen en een kanon opstellen. Die worden allemaal voorgesteld met lichtjes abstracte spelstukken – goudkleurige voor de ene speler en zilverkleurige voor de andere.
De acties die worden uitgevoerd, worden bepaald aan de hand van kaarten die de spelers gelijktijdig aan elkaar laten zien. Er zit een hiërarchie tussen de verschillende kaarten, maar als beide spelers tegelijkertijd een maneuver uitspelen dat op hetzelfde niveau zit, mag degene die de initiatiefpion heeft eerst gaan. Die pion wisselt wel vaak van kant: je krijgt hem automatisch als je een eenheid hebt moeten verwijderen of als een deel van het schip beschadigd is geraakt. Bovendien kan je hem ook veroveren met de Initiative Card.
Buiten de initiatiefkaart, zijn er ook nog: Wait (waarbij de schepen meteen een zone verder zeilen), Sailor (waarmee je een piraat vanuit het ruim op het dek plaatst), Cannon (een kaart die je toelaat om een kanon te plaatsen, maar als dat voor de tweede keer binnen dezelfde gebeurt, moet dat de andere kant uitwijzen), Move (waarmee je een Sailor of jouw Captain naar eender welke andere plaats op het schip verhuist), Swing (die je in staat stelt om een Sailor binnen dezelfde zone aan de andere kant te verwijderen), en Fire (die je enkel kunt gebruiken als je een kanon en een piraat in dezelfde zone hebt – je kunt er eerst de mast, dan de bemanning, en vervolgens het vijandelijke schip zelf mee beschadigen, maar telkens alleen maar binnen dezelfde zone). De kapitein zelf mag nooit aanvallen en wordt vervangen door een Sailor als hij wordt gedood.
Wie erin slaagt om als eerste drie zones van het andere schip te beschadigen, de vijand van alle bemanning (dus zowel de Sailors al de Captain) te ontdoen, of de tegenstander tot overgave te dwingen, wint Turning Tide.
Op het eerste gezicht lijken de regels bedrieglijk simpel, al is het wel even uitzoeken hoe je welke kaarten precies waar moet leggen, maar na eventjes spelen, ontdek je al snel dat er meer diepgang in de regels zit dan je zou denken. Ondanks het feit dat het nooit echt complex wordt, is tactiek en vooruit denken behoorlijk belangrijk. Natuurlijk voegen de kaarten een bepaalde mate van willekeur toe, maar
In een tijd waarin zoveel boardgames worden uitgebracht met prachtige figuurtjes, is het gebruik van spelstukken die wel passende vormen hebben, maar toch een beetje abstract ogen, misschien niet meer de eerste of beste keuze. Gelukkig zie je nog duidelijk welk beeldje wat of wie voorstelt en natuurlijk is het voor een spel als dit helemaal niet nodig om ‘mini’s’ te gebruiken. Tenslotte doet schaak dat ook niet.
De illustraties van Lotte de Groot verlenen alles wat luchtigheid, maar zijn toch nog voldoende gegrond in een stripversie van de realiteit om te kunnen boeien. Verder is het ontwerp van beide schepen – zoals we reeds hebben aangestipt – vrij slim en wordt een heus bord niet echt gemist.
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.